Hoofdstuk 3 - Zorg voor kinderen
In ons land kennen we een leerplicht vanaf 5 jaar. Er is een leerrecht vanaf 4 jaar. Als ouders gebruik maken van het leerrecht, dan is een leerling van 4 jaar welkom op school. Op het moment dat een ouder gebruik maakt van het recht, dan treden de geldende schoolregels in werking.
Elke leerling die op onze school staat ingeschreven, dient de schooltijden te volgen, die in de schoolgids vermeld staan.
In overleg met de leerkracht van met name 4 jarige kleuters kan afgesproken worden, dat voor een bepaalde periode het verstandig is om een 4 jarige niet alle dagen volledig naar school te laten gaan. Het zou kunnen dat het in uitzonderlijke gevallen nog te inspannend is.
De keuze om wel of niet met hele dagen te starten kan bij de leerkracht of bij de ouder liggen.
De ouder en de leerkracht bespreken dit en de beslissing wordt door de directeur genomen. De duur van de uitzondering wordt vastgelegd.
Voor vakantie en overige vrije dagen kan alleen vrijaf gegeven worden indien de wet het toelaat.
U moet dan o.a. denken aan jubilea, begrafenis, verhuizing en ernstige ziekte van familie. Hiertoe dient u een verzoek te richten aan de directeur van de basisschool, indien mogelijk minimaal 6 weken voor aanvang van het verlof. (een standaardformulier is hiervoor op school aanwezig) Per verzoek zal de noodzaak worden getoetst. Toestemming wordt slechts bij hoge uitzondering verleend. Indien u vindt, dat de directeur onterecht beslist heeft, kunt u uw schriftelijk verzoek indienen bij de leerplichtambtenaar van de gemeente Montferland, via een speciaal formulier, dat op school verkrijgbaar is. Houdt u er rekening mee, dat de ambtenaar wettelijk binnen 6 weken op dit verzoek moet reageren.
Als hoge uitzondering geldt niet:
- Een tweede vakantie (men is in de schoolvakantie in de gelegenheid op vakantie te gaan).
- Sportevenementen buiten schoolverband, tenzij de leerling voor een nationaal team moet uitkomen.
- Concerten e.d..
- Het bezoek van een tentoonstelling, pretpark, wedstrijd e.d. buiten schoolverband.
- Een of meer dagen eerder met vakantie gaan of later terug komen, b.v. om financiële redenen (goedkoper buiten seizoen, vakantie door anderen betaald, e.d.) of vervoertechnische redenen (bijvoorbeeld files vermijden en met anderen meerijden).
Bovengenoemde omstandigheden mogen niet geaccepteerd worden als grond voor het verlenen van extra schoolverlof.
Ongeoorloofd verzuim wordt ten alle tijden gemeld bij de leerplichtambtenaar.
Sommige ouders oefenen een beroep uit dat hen beperkt in de mogelijkheden om tijdens de reguliere schoolvakanties van hun kinderen op vakantie te gaan. Voor een aanvraag van dit verlof gelden de volgende regels (Leerplichtwet, art. 11 onder f en art. 13a)
- Toestemming voor extra vakantieverlof dient acht weken van tevoren, middels aanvraagformulieren te worden aangevraagd bij de directeur van de school waar het kind is ingeschreven.
- Indien er sprake is van een werkgever, moeten de ouders bij de aanvraag een werkgeversverklaring (formulier is op school) overleggen, waaruit blijkt dat verlof tijdens de reguliere vakanties voor hen niet mogelijk is.
- De directeur mag éénmaal per schooljaar extra vakantieverlof verlenen voor ten hoogste 10 dagen (LPW, art. 13a lid 2)
- Extra vakantieverlof mag niet worden verleend in de eerste twee lesweken van het schooljaar (LPW, art 13 lid 1)
Verlof voor buitenschoolse ondersteuning
Aanvragen voor buitenschoolse ondersteuning (fysiotherapie, logopedie, medisch psychologisch of didactisch onderzoek, medische psychologische of didactische begeleiding) moeten schriftelijk worden aangevraagd bij de directeur.
Ook hiervoor is een aanvraagformulier te verkrijgen bij de school.
Bij afgifte van dit verzoek worden afspraken gemaakt over hoe wordt omgegaan met de gemiste lessen en hoe zal worden geprobeerd achterstanden te voorkomen.
Bij ondertekening van de aanvraag nemen ouder(s)/verzorger(s) zelf de verantwoordelijkheid op zich gedurende de tijd dat het kind niet op school kan zijn en vrijwaren het bestuur voor aanspraken gedurende deze tijd.
Leerlingenzorg
Signalering
Op onze school maken we gebruik van het Cito-leerlingvolgsysteem. Hierbij worden onderwijskundige gegevens van uw kind zorgvuldig, volgens landelijke normen, verzameld en geïnterpreteerd. Het kind wordt daarvoor op verschillende momenten in het schooljaar getoetst.
Speciale begeleiding
Als een leerkracht bij een leerling problemen vermoedt, zal hij of zij dat kind extra in de gaten houden en evt. extra begeleiden in de klas. In eerste instantie gaat de leerkracht zelf met de leerling aan de slag en vaak is / wordt het probleem dan ook al verholpen. Dit extra helpen noemen we Remedial Teaching (RT): de leerkracht vindt een “remedie” om een leerling te helpen. Soms kan deze extra hulp ook buiten de klas door iemand anders, dan de eigen leerkracht gedaan worden.
Als na verloop van tijd de extra begeleiding niet of te weinig opbrengst heeft, wordt de leerling besproken met de IB’er. Dit gebeurt altijd met toestemming van de ouders
Tijdens zo’n Groepsbespreking worden problemen met leerlingen door de leerkrachten voorgelegd aan de IB’er. De groepsleerkracht staat er dus niet alleen voor.
Soms komt het voor, dat n.a.v. die groepsbespreking samen met de groepsleerkracht een hulpplan opstelt: m.a.w. hoe kunnen we deze leerling het beste begeleiden?
Wat staat er in een hulpsplan?
- wat willen we bereiken met de extra hulp.
- wanneer en hoe vaak bieden we extra hulp?
- Door wie wordt die extra hulp geboden?
- welke materialen zijn er nodig?
- Wat is het resultaat, de opbrengst van de extra hulp na ongeveer 8 tot 10 weken.
Heeft de speciale hulp niet het gewenste resultaat opgeleverd, dan zal – na overleg en toestemming van de ouders – hulp ingeroepen worden van deskundige externe instanties.
Via Iselinge heeft elke school een eigen leerlingbegeleider. In overleg met hem kan ervoor worden gekozen een algemeen of meer specifiek onderzoek aan te vragen. Bij een specifiek onderzoek moet men denken aan een onderzoek, bijvoorbeeld naar dyslexie of ADHD.
Aan de hand daarvan wordt er bekeken wat het vervolgtraject is. Kunnen we de specifieke hulp binnen onze eigen school bieden of moet er een verwijzing plaats vinden naar het speciaal onderwijs.
Deze aanmelding vindt plaats d.m.v. een onderwijskundig rapport. Daarnaast kan het voorkomen dat er voor een leerling een begeleidingsplan wordt opgesteld. De inhoud hiervan komt overeen met een handelingsplan, echter een begeleidingsplan beslaat een langere periode (bijv. een schooljaar).
In het kader van het W.S.N.S. project wil ons team de kinderen met leerproblemen, zolang dat verantwoord is, de kans geven binnen onze school het onderwijs te volgen.
Daarom streven wij ernaar, dat het onderwijs op onze school zodanig is ingericht, dat elk kind zo optimaal mogelijk aandacht krijgt. De leerstof wordt zoveel mogelijk op eigen niveau aangeboden (differentiatie).
Het leerling-dossier
Van elk kind (met of zonder leerproblemen) wordt een digitaal dossier bijgehouden. Hierin worden alle gegevens, die van belang zijn verzameld en bewaard. Dit zijn o.a. resultaten van de Cito toetsen, observaties, formulieren oudergesprekken, rapporten van evt. vervolgonderzoeken en medische rapporten en/of logopedische gegevens.
Leerlingen met specifieke behoeften
Voor overgang naar een volgende groep kijken we naar de ontwikkeling in de breedste zin van het woord.
Zoals u in het vorige al hebt kunnen lezen, wordt er op onze school alles aan gedaan om de kinderen zoveel mogelijk te begeleiden. Mocht er alsnog, aan de hand van de aanwezige rapportages, een algehele achterstand blijken dan zal deze optie worden gekozen: dit gebeurt altijd in een leerlingbespreking.
De laatste jaren wordt het steeds duidelijker dat vroeg signaleren en aan de hand daarvan doelgericht handelen steeds belangrijker wordt. Immers, hoe eerder een leer- of ontwikkelingsachterstand wordt aangepakt, hoe effectiever deze zal zijn. Het zal duidelijk zijn dat dit juist in de onderbouw van cruciaal belang is.
Dit wil echter niet zeggen dat een doublure in de hogere groepen altijd voorkomen zal worden, maar dit is wel ons streven. Bij verschil van inzicht hierover tussen team en ouders – na gesprekken tussen leerkracht en ouders en na raadpleging van de IB-er -, beslist het team.
Verwijzing naar scholen voor speciaal onderwijs
Mocht evenwel alle extra hulp en aandacht die we in 3.2.2 hebben besproken niet aanslaan, dan kan door de leerlingbegeleider van Iselinge (onderwijskundige begeleidingsdienst in Doetinchem) een algemeen of specifiek onderzoek worden afgenomen. Worden er dan leerstoornissen of gedragsproblemen geconstateerd die binnen onze school niet kunnen worden opgelost, dan vindt er een verwijzing, ook kan dit voor een korte of langere periode zijn, plaats. Na overleg met de ouders wordt dan zo’n leerling aangemeld bij het O.Z.L. (Onderwijszorgloket) , die uiteindelijk adviseert bij welk schooltype een kind het best geplaatst zou kunnen worden. Begaafde leerlingen wordt gedifferentieerde stof aangeboden. Meer diepgang in de methode en mogelijkheden van zelfstandig werken maken het mogelijk, om binnen de eigen groep op een hoger niveau te werken.
Bij de begeleiding van deze kinderen laten we ons adviseren door Iselinge.
Versnelde doorstroming naar een andere groep komt vrijwel niet voor, vanwege de sociaal- emotionele ontwikkeling van het kind.
Wanneer ouders het advies van de lerarenvergadering in deze niet onderschrijven, starten wij een overlegprocedure met begeleidende instanties.
“Met de rugzak naar school”
De rugzak, officieel heet het “leerlinggebonden financiering”, is bedoeld om ouders meer keuzevrijheid te geven tussen regulier en speciaal onderwijs voor hun kind.
De extra middelen, die voor een kind met een handicap of stoornis nodig zijn om onderwijs te volgen, gaan als het ware in een rugzakje mee als het naar een reguliere school gaat.
Overigens krijgen de ouders die middelen niet zelf in handen. Die zijn bestemd voor de school. Een deel is bestemd voor de begeleiding door een speciale school. Een ander deel is bestemd voor bijvoorbeeld remedial teaching voor schrijven, lezen of rekenen. En tenslotte krijgt de school ook extra geld voor het aanschaffen van extra leermiddelen, zoals een speciale reken- of leesmethode, een speciale pen of een aangepast bureau.
Leerlinggebonden financiering is bedoeld voor kinderen met een handicap of stoornis, die extra voorzieningen nodig hebben om basisonderwijs of voortgezet onderwijs te kunnen volgen. Het gaat dus om kinderen die aantoonbaar zonder extra ondersteuning geen reguliere school kunnen bezoeken.
Hoe gaat de St. Suitbertusschool hiermee om?
Als een ouder komt met de vraag of hun kind (met handicap) bij ons ingeschreven mag worden, volgt er eerst een gesprek. Daarna roept de school externe hulp in om de consequenties op een rij te zetten. (een school aangesloten bij het REC of de mogelijkheden van WSNS)
De centrale vraag daarbij luidt: “Kunnen wij dit kind met onze (on)mogelijkheden verder helpen in zijn/haar ontwikkeling?” Daarbij moet men denken aan het totale brede scala dat er te bedenken valt: omgang met andere kinderen, de vaardigheden van leerkrachten, de inrichting van ons gebouw, de financiën, de hulpmiddelen, de leerlingenzorg, de didactische mogelijkheden, de contacten met de ouders enz. enz. enz.
Bij het besluit (uiteindelijk zal het Bevoegd Gezag van onze school dit besluit nemen) tot toelating of weigering zal er altijd sprake zijn van een teambesluit. We gaan er immers van uit dat – bij toelating – de leerling de gehele basisschool periode op onze school welkom zal zijn.
Schoolmaatschappelijk werk
Wanneer ouders of de school zich zorgen maken om een kind (bijv. angst, pesten of opstandig), dan kunnen ze de hulp inroepen van een schoolmaatschappelijk werkster. Deze gaat dan samen met u en de school onderzoeken wat de oorzaken zijn van de problemen. Zij is goed op de hoogte van de mogelijkheden voor hulpverlening buiten de school en ze kan helpen deze hulp op gang te brengen. Als ouders met haar in contact willen komen kunnen ze dat aangeven op school (leerkracht of IB-er). Vanzelfsprekend worden de gegevens vertrouwelijk behandeld.
Het SMW is ondergebracht bij het CJG: Centrum voor Jeugd en Gezin.
Het CJG bestaat uit een aantal organisaties die ondersteuning en hulp kunnen bieden bij kleine en grote vragen rondom opgroeien en opvoeden.
Bij het CJG kan iedereen terecht voor informatie of advies of met zorgen over een kind of een gezin.
Het is zowel voor ouders en jeugd als voor professionals.
Door de samenwerking tussen de organisaties is er veel kennis en er is dus altijd wel iemand die uw vraag kan beantwoorden.
Er zijn geen kosten aan verbonden
Verwijsindex
Onze school is vanaf mei 2010 aangesloten bij de Verwijsindex Achterhoek. De Verwijsindex is een digitaal systeem waarin professionals van verschillende organisaties en instellingen (bijvoorbeeld intern begeleiders in het onderwijs, zorgcoördinatoren en hulpverleners) een signaal kunnen afgeven wanneer zij zich zorgen maken over een kind tussen 0 en 23 jaar dat zij onder hun hoede hebben. Wanneer meerdere hulpverleners een signaal over hetzelfde kind afgeven in de Verwijsindex, dan krijgen zij elkaars contactgegevens. Zo kunnen professionals elkaar makkelijker en sneller vinden, en beter afstemmen en samenwerken in de hulpverlening aan jeugdigen. Indien het gebruik van de Verwijsindex bij uw kind aan de orde is, informeren we u daarover. Meer informatie over de Verwijsindex kunt u vinden op www.verwijsindex-achterhoek.nl
Informatie over vorderingen
Dagelijkse beoordeling
Door de leerkracht wordt het werk dat de leerlingen per dag maken beoordeeld en gecorrigeerd. Tegenwoordig zijn de methodes er op ingericht dat dit vaak ook door de kinderen zelf kan gebeuren.
Wij geven op onze school een woord- of cijferbeoordeling vanaf groep 1. Aan het einde van een leerstofkern volgt er een proefwerk of toets. De kinderen krijgen dan vaak de gelegenheid om thuis nog eens te oefenen.
Rapporten
Twee keer per jaar krijgen de kinderen van groep 1 en 2 een rapport mee naar huis; de kinderen van groep 3 t/m 8 krijgen drie keer een rapport per jaar. Het rapport wordt, nadat de ouders het hebben ondertekend, op school terug bezorgd en bewaard tot het einde van de schoolperiode.
Toetsen
Het beoordelen van het werk van de kinderen, het volgen en bijsturen van de ontwikkeling, gebeurt gedurende het hele schooljaar.
Elke methode kent zijn toetsen, om te bepalen welke kinderen herhalingsstof (extra oefening) krijgen en welke kinderen verrijkingsstof.
Enkele keren per jaar worden bij alle kinderen de ontwikkelingen van lezen, taal en rekenen getoetst binnen het kader van het leerlingvolgsysteem. We maken hierbij gebruik van de landelijke Cito-toetsen.
De bedoeling hiervan is tweeledig:
* de resultaten per klas dienen, om waar nodig, de aanbieding van de leerstof bij de groepslessen aan te passen.
* De scores van de individuele leerling vormen voor de leerkracht een extra aanwijzing bij wie herhalings- of verrijkingsstof moet worden gegeven.
Veelal zal het zo zijn dat de leerproblemen al in de dagelijkse praktijk gesignaleerd zijn, maar nu krijgen we nog eens een onafhankelijke toetsing op landelijk niveau.
Toetsen/ testen die tijdens een schooljaar worden afgenomen:
|
TOETS |
sept. |
okt. |
nov. |
dec. |
jan. |
febr. |
mrt. |
april |
mei |
juni |
|
Ordenen |
|
|
|
|
M 1-2 |
|
|
|
|
E 1-2 |
|
Ruimte en tijd |
|
|
|
|
M 1-2 |
|
|
|
|
E 1-2 |
|
Taal voor kleuters |
|
|
|
|
M 1-2 |
|
|
|
|
E 1-2 |
|
Map Fonemisch bewustzijn |
|
|
|
|
1-2 |
|
|
|
|
1-2 |
|
Controlelijst Leervoorwaarden |
|
|
|
|
1-2 |
|
|
|
|
1-2 |
|
DMT |
|
B 4-6 |
|
B -3 |
|
|
M 3-6 |
|
|
E 3-6 |
|
AVI leeskaarten |
|
4-5-6 |
|
|
|
|
3-6 |
|
|
3-4 |
|
Herfstsignalering |
|
3 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Sociogram |
|
|
1-8 |
|
|
|
1-8 |
|
|
|
|
Woordenschat |
|
|
|
|
M 3-6 |
|
|
|
|
E 3-6 |
|
Begrijpend lezen |
|
|
|
|
M 4-8 |
|
|
|
|
E3-4 |
|
Spelling |
|
|
|
|
|
M 3-8 |
|
|
|
E 3 E 7 |
|
Rekenen- Wiskunde |
|
|
|
|
M 3-8 |
|
|
|
|
E 3 E 7 |
|
Entree-toets |
|
|
|
|
|
|
|
|
M 7 |
|
|
Eind-toets |
|
|
|
|
|
M 8 |
|
|
|
|
|
Protocol Dyslexie Groep 8
|
|
8 |
|
|
|
|
|
|
|
|
De overgang van kinderen naar het voortgezet onderwijs
De kinderen die vanuit groep 8 naar het voortgezet onderwijs gaan zijn veelal aangewezen op V.O. scholen in Doetinchem en Ulft.
De eerste informatie over "Hoe verder na de basisschool", ontvangen de ouders in september- oktober middels brochures, openles en 10 minuten- avonden. In december – januari kunnen de ouders hun wensen t.a.v. de keuze voor voortgezet onderwijs kenbaar maken en geeft de leerkracht aan welke school hij het meest geschikt vindt.
In februari maakt de leerling de landelijke Cito-toets. Hiervan krijgt men dan na ± 3 weken de uitslag en dan volgt het eindgesprek met de ouders. Daarna worden de aanmeldingsformulieren voor de desbetreffende school of toelatingscommissie ingevuld. Bij de scholen in het voortgezet onderwijs vindt een leerlingbespreking plaats, waarna de beslissing over plaatsing aan de ouders bekend wordt gemaakt Gelijktijdig ontvangt de basisschool hiervan een afschrift. De toelatingscommissie houdt naast de Cito-toets ook rekening met de wens van de ouders en het advies van de leerkracht.
Welke vorm van voortgezet onderwijs kozen de leerlingen van groep 8
|
School |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
2011 |
|
Kader/beroepsgerichte leerweg |
1 |
1 |
3 |
2 |
5 |
|
Determinatieklas |
2 |
1 |
|
2 |
0 |
|
LWOO |
3 |
3 |
2 |
3 |
1 |
|
Theoretisch gemengde leerweg |
7 |
4 |
6 |
2 |
2 |
|
Havo |
4 |
6 |
5 |
5 |
1 |
|
VWO |
|
5 |
3 |
3 |
5 |
|
|
1 |
||||
|
Totaal |
17 |
20 |
19 |
17 |
15 |